pestprotocol

februari 10, 2017 9:59 am Published by Leave your thoughts

3 Protocol omgaan met pesten

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aanpakken.

Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:

Voorwaarden:

Van pesten is sprake als:

  • Er een machtsverhouding is tussen slachtoffer en dader
  • Hett met opzet gebeurd.
  • Het structureel plaatsvindt
  • Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen ( gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/verzorgers ( hierna genoemd de ouders)
  • De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt,waarna met hen regels worden vastgesteld.
  • Als pesten optreedt, moeten leerkrachten ( in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
  • Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.Iedereen plaagt wel eens iemand. Je kietelt als geintje iemand onder zijn voeten of verstopt zijn tas. Het gebeurt over en weer. Het is een spelletje, niet altijd leuk maar nooit echt bedreigend. De kinderen zijn bij plagen vaak aan elkaar gewaagd. Bij pesten heeft de gepeste pijn, fysiek of geestelijk, is het bedreigend en vaak gericht op één persoon. Het is ook niet voor eventjes, maar voor een langere tijd.Het probleem dat pesten heet.

 

  1. Plagen en pesten.
  • De piek van het pesten ligt tussen de 10 en 14 jaar, maar ook in lagere groepen wordt er gepest.
  • Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.

 

Hoe willen wij daar op de JH van Dale mee omgaan?

  • Op school willen wij regelmatig een onderwerp aan de orde stellen. Leefstijl biedt volop aanknopingspunten om gedrag te bespreken met elkaar, dus ook pesten, plagen enz.
  • Onderwerpen als veiligheid,omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies enz kunnen aan de orde komen.
  • Ook op andere manieren kan dit onderwerp aan bod komen: spreekbeurten, rollenspellen, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en de groepsopdrachten.
  • Het voorbeeld van de leerkracht en de ouders thuis is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van de leerkrachten, ouders en leerlingen worden niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.
  • Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.

 

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

  1. Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen
  2. Zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
  3. Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven
  4. Briefjes doorgeven
  5. Beledigen
  6. Opmerkingen maken over de kleding
  7. Isoleren
  8. Buiten school opwachten, slaan of schoppen
  9. Op weg naar huis achterna rijden
  10. Naar het huis van het slachtoffer gaan
  11. Bezittingen afpakken
  12. Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer.
  13. Internet berichten( sms, whatsapp etc).

Deze lijst kan nog verder worden uitgebreid: je kunt het zo gek niet bedenken of volwassenen en dus ook leerlingen hebben het bedacht. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.

 

Belangrijke regels in het omgaan met en het bestrijden van pesten zijn:

Regel 1:

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen we kinderen dit al bij: je mag niet klikken maar…… Als je gepest wordt, of als je ruzie hebt met een ander en je komt er zelf niet uit, dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken. Als je merkt dat een klasgenoot gepest wordt, of klasgenoten ruzie hebben, waar ze zelf niet uitkomen, dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

 

Regel 2:

Samenwerken zonder bemoeienissen:

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen.  Het is bijv. niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen.  Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheden nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De inbreng van de ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.

 

Aanpak van de ruzies en het pestgedrag in vier stappen;

  • Stap 1:

Er eerst zelf ( en samen) uit zien te komen.

  • Stap 2:

Op het moment dat één van de leerlingen er niet uitkomt ( in feite het onderspit delft en de verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht om het probleem aan de meester of juf voor te leggen.

  • Stap 3:

 

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de pesterijen of ruzie op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen/ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties.

  • Stap 4:

Bij herhaaldelijke ruzie/pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest/ruzie maakt. De fases van bestraffing treden in werking.

Ook wordt de naam van de ruziemaker/pester in de klassenmap genoteerd. Bij iedere melding in de map omschrijft de leerkracht kort de toedracht. Bij de derde melding in de map worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie/pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

Consequenties

De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:

In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen. De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest ( of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem melden) en vervolgens leveren stap 1 t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste.

De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.

De straf is opgebouwd in 5 fases: afhankelijk van hoelang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en geen verbetering vertoont in zijn/haar gedrag:

 

Fase 1:

  • Een of meerdere pauzes binnen blijven
  • Nablijven totdat alle kinderen naar huis vertrokken zijn
  • Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem.
  • Door een gesprek:       bewustwording van wat hij met het gepeste kind uithaalt.
  • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week ( voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

 

Fase 2: 

  • De ouders erbij betrekken. Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde te maken aan het probleem. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in de map of in mails en heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem. 

Fase 3: 

  • Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld, zoals het ZAT, de schoolarts of schoolmaatschappelijk werk. De relaties met deze zijn zeer goed, zo nodig wordt al in eerdere fases advies gevraagd.

 Fase 4:

In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.

 

Begeleiding van de gepeste leerling.

Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.

  • Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten. De leerling in laten zien dat dat vaak een reactie is die de pester wil uitlokken( huilen, boos zijn) . De leerling laten inzien dat er ook andere reacties mogelijk zijn.
  • Zoeken en oefenen van andere reacties
  • Het gepeste kind laten inzien waarom een kind pest.
  • Nagaan welke oplossing een kind zelf wil.
  • Sterke kanten van het kind benadrukken.
  • Belonen( schouderklopje, compliment ) als de leerling zich anders opstelt en reageert.
  • Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester.
  • Het gepeste kind niet over beschermen, geen uitzonderingspositie creëren.

Begeleiding van de pester.

 

  • Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten ( baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen).
  • Laten inzien wat het       effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.
  • Excuses laten aanbieden.
  • In laten zien welke leuke/sterke kanten de gepeste heeft.
  • Pesten is verboden in en om de school. Wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest, belonen als de regels opgevolgd worden.
  • Het kind leren niet meteen kwaad te laten reageren, leren beheersen, ander gedrag aanleren.
  • Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen hoe we het aanpakken. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten.
  • Inschakelen hulp, SOVA trainingen, jeugdgezondheidszorg, huisarts, GGD
  • Het activeren van de zwijgende meerderheid.

 

Mogelijke oorzaken van pestgedrag:

 

  • Voorduren gevoel van anonimiteit( zich buitengesloten voelen)
  • Bij meisjes gaat pesten vaak over vriendschappen
  • Voortduren in een niet –passende rol gedrukt worden.
  • Voortdurende geldingsdrang( competitie, machtsstrijd in de klas).
  • Matig ontwikkeld geweten.
  • Een problematische thuissituatie.

Begeleiding van de zwijgende meerderheid/ meelopers.

De zwijgende meerderheid is zelf vaak bang om slachtoffer te worden. Het kan ook zijn dat ze stoer gedrag interessant vinden en denken daardoor populair te worden. Misschien doen ze zelf af en toe mee. Hoewel deze kinderen geen actieve rol spelen bij het pesten, zijn ze wel medebepalend voor het voortduren van het pesten. De pestende kinderen voelen zich gesterkt door de instemming van de toeschouwers. Het is van groot belang deze groep te mobiliseren om de pester of het pesten te stoppen.

Categorised in: Uncategorized

This post was written by escaldaleon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijftien − twee =